Supplement
actueel programma overzicht

onderwerp

Her(t)z

uitzending 2001

Beschrijving van de serie

Muziek in Her(t)z vindt plaats in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Deze serie is primair gericht op de presentatie van werken uit heden en verleden voor de combinatie orkest en tape. Het eerste concert werd in april 1999 door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Mark Foster gegeven.

Muziek in Her(t)z zal in mei 2001 worden afgesloten in de vorm van een soort toegift: een optreden in de Grote Zaal van het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Lucas Vis met muziek voor koor en tape.

Een dergelijke concertserie is, voor zover bekend, nog nooit georganiseerd en daarom als uniek te beschouwen.

De belangstelling voor electronische muziek is altijd beperkt gebleven tot een selecte groep geïnteresseerden binnen de wereld van de twintigste eeuwse muziek. Het is nu eenmaal zo dat, wanneer mensen in aanraking komen met iets dat zij níet kennen, er altijd een tendens is om te zoeken naar een referentiekader binnen de eigen belevingswereld die houvast verschaft. Componisten van electronische muziek streven naar nieuwe, onbekende klanken en kleuren en creëren een unieke klankwereld die de luisteraar niet altijd veel houvast biedt. Het is muziek die, binnen de eigen perceptie, vaak moeizaam geplaatst wordt. Die moeizame plaatsing leidt veelal tot een onbevredigend gevoel dat op zijn beurt acceptatie in de weg staat. Het is daarom niet verwonderlijk dat deze muziek nogal eens ver weg gedacht wordt en populair is als illustratie bij programma's over het heelal of over het binnenste van de aarde.

Concerten, waar alleen tapestukken ten gehore worden gebracht, zijn over het algemeen genomen dus ook slecht bezocht. De combinatie van tape met traditionele instrumenten vergroot het bereik en de toegankelijkheid van de electronische muziek omdat er, door de aanwezigheid van een vertrouwde groep bekende instrumenten, gemakkelijker aansluiting bij het traditionele luisteren gevonden wordt.

Het traditionele orkest is een machtig apparaat dat veel concertbezoekers in vervoering kan brengen. Door de combinatie van tape en/of live electronica wordt in Muziek in Her(t)z geprobeerd het publiek tot nieuwe muzikale waarnemingen te stimuleren door vooral prikkelende en evocative composities te programmeren. Het bezoekersaantal van de concerten die tot nu toe in de serie Muziek in Her(t)z klonken is, gezien de schroom van veel luisteraars, zeker niet slecht te noemen.

Op de tape hoeven niet altijd electronische klanken te staan - het wordt in de combinatie met orkest zo ruim en zo speels mogelijk toegepast om een veelzijdige avond te creëren. Tijdens het eerste concert door het Radio Symfonie Orkest op 11 april van het vorige jaar werd een stuk van de Amerikaan Alan Hovhaness uitgevoerd waarbij walvisgeluiden klonken.

In de jaren zestig en zeventig zochten componisten vooral naar nieuwe wegen in de muziek. Het fenomeen electronische muziek diende zich op een juist moment aan en werd enthousiast omarmd door grote namen als Karlheinz Stockhausen, Bruno Maderna, Luigi Nono, Edgar Varèse en Nederlanders zoals Ton de Leeuw en Ton Bruynèl. Zij waren, vanwege de extra speelruimte van inkleuring, groot voorstander van de combinatie tape en orkest. Belangrijke festivals zoals de Donaueschinger Musiktage en het Warschauer Herbst Festival, gericht op de programmering van vernieuwend repertoire, spoedden zich naar voren om het publiek kennis te laten nemen.

Het verhaal is bekend: jongere noch oudere componisten hebben zich daarna en masse op het schrijven voor die combinatie gestort. Velen waren geïnteresseerd, doch deinsden terug voor het te produceren onderdeel tape omdat men vaak het idee had dat technisch inzicht een vereiste was. Slechts een zeer selecte groep componisten is er uiteindelijk in geslaagd om een bevredigend muziekstuk voor zo'n lastige combinatie te schrijven.

Ook live electronica , anno 2000 de bijna logische opvolger van de tape, heeft een plaats in de serie Muziek in Her(t)z gekregen.

Al sinds de zestiger jaren wordt live electronica op het podium toegepast. Door een direct contact tussen dirigent en speler is het moment van 'electronische actie' heel nauwkeurig. Nieuwe klankkleuren kunnen real time aan het orkest toegevoegd worden, een element dat de flexibiliteit bij uitvoering ten goede komt. Er schuilt echter wel een historisch gevaar. In deze tijd gaan de technische ontwikkelingen heel snel. Wat vandaag nieuw gekocht wordt, is over een uur al weer verouderd. Apparatuur die nu op het podium gebruikt wordt, staat over twintig jaar in een museum. Wat dat betreft is de goede oude tape zo gek nog niet want wat op de band is vastgelegd klinkt, mits goed geconserveerd, voor altijd zo.

Een nadeel van het gebruik van live electronica is het prijskaartje dat er aan hangt - de toepassing blijft een dure en arbeidsintensieve aangelegenheid.

Muziek in Her(t)z bestaat in het laatste seizoen uit drie orkestconcerten en een afsluitend koorconcert. Behalve dat koorconcert speelt op twee van de drie orkestprogramma's koor een belangrijke rol.

Op 12 januari 2001 opent het Radio Kamerorkest onder leiding van de belangrijke dirigent Peter Eötvös het vervolg van de serie met een programma waarbij geconcentreerd is op repertoire voor een iets kleinere dan de organieke bezetting van het kamerorkest. In alle composities echter is voorgeschreven dat het orkest versterkt moet worden.

Er wordt geopend met muziek van de Duitse componist Heiner Goebbels, bekend om zijn geraffineerde gesampelde geluiden.

In zijn La Jalousie vormt onder andere het lopen op hoge hakken de ritmische basis voor de klinkende muziek. In de aansluitende compositie van het Duitse componistenduo Iris ter Schiphorst en Helmuth Oehring is naast een countertenor, de doofstomme Christiane Schönfeld hoofdrolspeelster. Gebarentaal en pogingen om een tekst toch uit te spreken hebben een fascinerende werking.

Na de pauze klinkt de Nederlandse première van de zesde symfonie van de zes jaar geleden overleden componist Avet Terteryan. Deze Armeense componist schreef wel heel merkwaardige muziek die in ons land nog zelden geklonken heeft. In zijn symfonie voor kamerorkest en kamerkoor dienen tijdens uitvoering negen fonogrammen (LP's) op precies voorgeschreven momenten, steeds afgespeeld te worden. Misschien is dit wel een voorloper van het scratchen.

Een hoogtepunt: op 20 januari 2001 vindt de wereldpremière plaats van de nieuwe reconstructie van Ausstrahlung uit 1971, een laat werk van de twee jaar daarna overleden invloedrijke Italiaanse componist/ dirigent Bruno Maderna. Het wordt uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Arturo Tamayo, die ook de reconstructie maakte.

Ausstrahlung is een compositie die is uitgeschreven in blokken die variabel inzetbaar zijn. Maderna had een magistraal geheugen en dirigeerde het stuk zonder dat er een vastgestelde versie bestond. Zijn dood verhinderde het maken van een uitgave met duidelijke aanwijzingen. Lange tijd lag het materiaal bij de erven op de plank totdat er een unieke opname uit 1971 opdook van Maderna's eigen uitvoering.

Deze registratie en het bestaande uitvoeringsmateriaal met aanwijzingen van de componist stelde Arturo Tamayo in staat een reconstructie van die uitvoering te maken die een aantal jaren geleden tijdens de Donaueschinger Musiktage tot klinken kwam. De uitvoering in Utrecht moet een verbetering opleveren van die eerste reconstructie. Op 31 augustus aanstaande worden eerst aparte orkestfragmenten door het Radio Symfonie Orkest in de studio opgenomen. De daarna geproduceerde tape is later, bij uitvoering in Muziekcentrum Vredenburg, onderdeel van het hele staketsel van orkestmuziek, mezzosopraan en andere al bestaande tapes.

De realisatie van Ausstrahlung is door de hoge versterkingskosten een kostbare aangelegenheid. Het Radio Filharmonisch Orkest is een groter orkest dan het Radio Symfonie Orkest en het lag voor de hand om dat orkest hiervoor in te zetten. Helaas stelde het Muziekcentrum van de Omroepen ons het Radio Filharmonisch Orkest niet ter beschikking waardoor we gedwongen waren om met een kleiner orkest te werken.

Op datzelfde concert de Derde Symfonie van de al overleden Spaanse componist Roberto Gerhard die ooit een korte confrontatie met de electronische muziek aanging. Het resulteerde in een boeiende compositie waarin orkestmuziek en electronische muziek volledig gelijkwaardig zijn.

Live electronica kan ook een nuttig hulpmiddel zijn bij het afspelen van banden. In Gerhards Derde Symfonie dienen 13 bandfragmenten precies gestart te worden. In het verleden zal men dat opgelost hebben door twee mensen twee bandrecorders te laten bedienen die steeds, om en om, snel doorgespoeld werden. Uiteraard moet dat een behoorlijke stress hebben opgeleverd. Bij déze presentatie zullen de fragmenten opgeslagen worden onder de toetsen van een synthesizer. Een pianist drukt straks gewoon op de slag van de dirigent de juiste toets in en voilà.

 

Het programma wordt die avond geopend met Pedrelliana, een luchtig stuk zonder tape in een heel toegankelijke stijl van dezelfde componist.

Het laatste orkestconcert vindt plaats op 14 april 2001. Het thema van die avond is de oorlog. Weer een hoogtepunt: Cornelis de Bondt, één van Nederlands meest getalenteerde componisten, schrijft op verzoek van NPS Radio een nieuw werk voor orkest, koor, kinderkoor en live electronica, getiteld Bloed 1. De Bondt gaat hierin op zoek naar zijn Joodse verleden en reist daartoe naar de voormalige Joodse concentratiekampen om inzichten op te doen. NPS Radio onderhoudt goede contacten met het Warschauer Herbst Festival. Een half jaar later zal de Bondts nieuwe compositie ook op dit festival klinken.

Vooraf aan die wereldpremière van Cornelis de Bondt klinkt Kingdom Come van de Amerikaan Ingram Marshall, een klinkend commentaar op de oorlog in het voormalige Joegoslavië en geschreven naar aanleiding van de dood van zijn zwager die daar als journalist vermoord werd. Muzikale gezangen uit Bosnië, Kroatië en Servië op tape mengen zich met indringende orkestmuziek.

De orkestprogramma's bestaan niet altijd uit composities louter voor orkest en tape. Soms is het, om lucht in de zaak te krijgen, beter om een combinatie met een werk zónder tape te maken. Op diezelfde avond, zonder tape, een uitvoering van The Wound-Dresser voor bariton en orkest op tekst van Walt Witman van John Adams. Hierin wordt verhaald over de Amerikaanse Civil War.

Het concert wordt geopend met Phases voor orkest en tape, indrukwekkende muziek van de twee jaar geleden overleden Nederlandse componist Ton Bruynèl.

Tijdens de jarenlange research voor de serie Muziek in Her(t)z doken er regelmatig stukken op voor de combinatie koor en tape. Ook een combinatie als deze is een akoestische beleving in die Grote Zaal van Muziekcentrum Vredenburg. Daarom, aan het slot van de serie een concert zonder orkest door het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Lucas Vis.

De naam Muziek in Her(t)z is meerduidig. Electronische muziek heeft de naam gevoelloos te zijn. De genoemde muziekstukken weerleggen dat - het hart doet mee. 'Hertz' verwijst ook naar de eenheid van frequentie. En niet op de laatste plaats knipoogt de titel naar de naam van de architect van Muziekcentrum Vredenburg, Herman Hertzberger.

 

Muziek in Her(t)z vindt plaats in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Deze serie is primair gericht op de presentatie van werken uit heden en verleden voor de combinatie orkest en tape. Het eerste concert werd in april 1999 door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Mark Foster gegeven.

Muziek in Her(t)z zal in mei 2001 worden afgesloten in de vorm van een soort toegift: een optreden in de Grote Zaal van het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Lucas Vis met muziek voor koor en tape.

Een dergelijke concertserie is, voor zover bekend, nog nooit georganiseerd en daarom als uniek te beschouwen.

De belangstelling voor electronische muziek is altijd beperkt gebleven tot een selecte groep geïnteresseerden binnen de wereld van de twintigste eeuwse muziek. Het is nu eenmaal zo dat, wanneer mensen in aanraking komen met iets dat zij níet kennen, er altijd een tendens is om te zoeken naar een referentiekader binnen de eigen belevingswereld die houvast verschaft. Componisten van electronische muziek streven naar nieuwe, onbekende klanken en kleuren en creëren een unieke klankwereld die de luisteraar niet altijd veel houvast biedt. Het is muziek die, binnen de eigen perceptie, vaak moeizaam geplaatst wordt. Die moeizame plaatsing leidt veelal tot een onbevredigend gevoel dat op zijn beurt acceptatie in de weg staat. Het is daarom niet verwonderlijk dat deze muziek nogal eens ver weg gedacht wordt en populair is als illustratie bij programma's over het heelal of over het binnenste van de aarde.

Concerten, waar alleen tapestukken ten gehore worden gebracht, zijn over het algemeen genomen dus ook slecht bezocht. De combinatie van tape met traditionele instrumenten vergroot het bereik en de toegankelijkheid van de electronische muziek omdat er, door de aanwezigheid van een vertrouwde groep bekende instrumenten, gemakkelijker aansluiting bij het traditionele luisteren gevonden wordt.

Het traditionele orkest is een machtig apparaat dat veel concertbezoekers in vervoering kan brengen. Door de combinatie van tape en/of live electronica wordt in Muziek in Her(t)z geprobeerd het publiek tot nieuwe muzikale waarnemingen te stimuleren door vooral prikkelende en evocative composities te programmeren. Het bezoekersaantal van de concerten die tot nu toe in de serie Muziek in Her(t)z klonken is, gezien de schroom van veel luisteraars, zeker niet slecht te noemen.

Op de tape hoeven niet altijd electronische klanken te staan - het wordt in de combinatie met orkest zo ruim en zo speels mogelijk toegepast om een veelzijdige avond te creëren. Tijdens het eerste concert door het Radio Symfonie Orkest op 11 april van het vorige jaar werd een stuk van de Amerikaan Alan Hovhaness uitgevoerd waarbij walvisgeluiden klonken.

In de jaren zestig en zeventig zochten componisten vooral naar nieuwe wegen in de muziek. Het fenomeen electronische muziek diende zich op een juist moment aan en werd enthousiast omarmd door grote namen als Karlheinz Stockhausen, Bruno Maderna, Luigi Nono, Edgar Varèse en Nederlanders zoals Ton de Leeuw en Ton Bruynèl. Zij waren, vanwege de extra speelruimte van inkleuring, groot voorstander van de combinatie tape en orkest. Belangrijke festivals zoals de Donaueschinger Musiktage en het Warschauer Herbst Festival, gericht op de programmering van vernieuwend repertoire, spoedden zich naar voren om het publiek kennis te laten nemen.

Het verhaal is bekend: jongere noch oudere componisten hebben zich daarna en masse op het schrijven voor die combinatie gestort. Velen waren geïnteresseerd, doch deinsden terug voor het te produceren onderdeel tape omdat men vaak het idee had dat technisch inzicht een vereiste was. Slechts een zeer selecte groep componisten is er uiteindelijk in geslaagd om een bevredigend muziekstuk voor zo'n lastige combinatie te schrijven.

Ook live electronica , anno 2000 de bijna logische opvolger van de tape, heeft een plaats in de serie Muziek in Her(t)z gekregen.

Al sinds de zestiger jaren wordt live electronica op het podium toegepast. Door een direct contact tussen dirigent en speler is het moment van 'electronische actie' heel nauwkeurig. Nieuwe klankkleuren kunnen real time aan het orkest toegevoegd worden, een element dat de flexibiliteit bij uitvoering ten goede komt. Er schuilt echter wel een historisch gevaar. In deze tijd gaan de technische ontwikkelingen heel snel. Wat vandaag nieuw gekocht wordt, is over een uur al weer verouderd. Apparatuur die nu op het podium gebruikt wordt, staat over twintig jaar in een museum. Wat dat betreft is de goede oude tape zo gek nog niet want wat op de band is vastgelegd klinkt, mits goed geconserveerd, voor altijd zo.

Een nadeel van het gebruik van live electronica is het prijskaartje dat er aan hangt - de toepassing blijft een dure en arbeidsintensieve aangelegenheid.

Muziek in Her(t)z bestaat in het laatste seizoen uit drie orkestconcerten en een afsluitend koorconcert. Behalve dat koorconcert speelt op twee van de drie orkestprogramma's koor een belangrijke rol.

Op 12 januari 2001 opent het Radio Kamerorkest onder leiding van de belangrijke dirigent Peter Eötvös het vervolg van de serie met een programma waarbij geconcentreerd is op repertoire voor een iets kleinere dan de organieke bezetting van het kamerorkest. In alle composities echter is voorgeschreven dat het orkest versterkt moet worden.

Er wordt geopend met muziek van de Duitse componist Heiner Goebbels, bekend om zijn geraffineerde gesampelde geluiden.

In zijn La Jalousie vormt onder andere het lopen op hoge hakken de ritmische basis voor de klinkende muziek. In de aansluitende compositie van het Duitse componistenduo Iris ter Schiphorst en Helmuth Oehring is naast een countertenor, de doofstomme Christiane Schönfeld hoofdrolspeelster. Gebarentaal en pogingen om een tekst toch uit te spreken hebben een fascinerende werking.

Na de pauze klinkt de Nederlandse première van de zesde symfonie van de zes jaar geleden overleden componist Avet Terteryan. Deze Armeense componist schreef wel heel merkwaardige muziek die in ons land nog zelden geklonken heeft. In zijn symfonie voor kamerorkest en kamerkoor dienen tijdens uitvoering negen fonogrammen (LP's) op precies voorgeschreven momenten, steeds afgespeeld te worden. Misschien is dit wel een voorloper van het scratchen.

Een hoogtepunt: op 20 januari 2001 vindt de wereldpremière plaats van de nieuwe reconstructie van Ausstrahlung uit 1971, een laat werk van de twee jaar daarna overleden invloedrijke Italiaanse componist/ dirigent Bruno Maderna. Het wordt uitgevoerd door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Arturo Tamayo, die ook de reconstructie maakte.

Ausstrahlung is een compositie die is uitgeschreven in blokken die variabel inzetbaar zijn. Maderna had een magistraal geheugen en dirigeerde het stuk zonder dat er een vastgestelde versie bestond. Zijn dood verhinderde het maken van een uitgave met duidelijke aanwijzingen. Lange tijd lag het materiaal bij de erven op de plank totdat er een unieke opname uit 1971 opdook van Maderna's eigen uitvoering.

Deze registratie en het bestaande uitvoeringsmateriaal met aanwijzingen van de componist stelde Arturo Tamayo in staat een reconstructie van die uitvoering te maken die een aantal jaren geleden tijdens de Donaueschinger Musiktage tot klinken kwam. De uitvoering in Utrecht moet een verbetering opleveren van die eerste reconstructie. Op 31 augustus aanstaande worden eerst aparte orkestfragmenten door het Radio Symfonie Orkest in de studio opgenomen. De daarna geproduceerde tape is later, bij uitvoering in Muziekcentrum Vredenburg, onderdeel van het hele staketsel van orkestmuziek, mezzosopraan en andere al bestaande tapes.

De realisatie van Ausstrahlung is door de hoge versterkingskosten een kostbare aangelegenheid. Het Radio Filharmonisch Orkest is een groter orkest dan het Radio Symfonie Orkest en het lag voor de hand om dat orkest hiervoor in te zetten. Helaas stelde het Muziekcentrum van de Omroepen ons het Radio Filharmonisch Orkest niet ter beschikking waardoor we gedwongen waren om met een kleiner orkest te werken.

Op datzelfde concert de Derde Symfonie van de al overleden Spaanse componist Roberto Gerhard die ooit een korte confrontatie met de electronische muziek aanging. Het resulteerde in een boeiende compositie waarin orkestmuziek en electronische muziek volledig gelijkwaardig zijn.

Live electronica kan ook een nuttig hulpmiddel zijn bij het afspelen van banden. In Gerhards Derde Symfonie dienen 13 bandfragmenten precies gestart te worden. In het verleden zal men dat opgelost hebben door twee mensen twee bandrecorders te laten bedienen die steeds, om en om, snel doorgespoeld werden. Uiteraard moet dat een behoorlijke stress hebben opgeleverd. Bij déze presentatie zullen de fragmenten opgeslagen worden onder de toetsen van een synthesizer. Een pianist drukt straks gewoon op de slag van de dirigent de juiste toets in en voilà.

 

Het programma wordt die avond geopend met Pedrelliana, een luchtig stuk zonder tape in een heel toegankelijke stijl van dezelfde componist.

Het laatste orkestconcert vindt plaats op 14 april 2001. Het thema van die avond is de oorlog. Weer een hoogtepunt: Cornelis de Bondt, één van Nederlands meest getalenteerde componisten, schrijft op verzoek van NPS Radio een nieuw werk voor orkest, koor, kinderkoor en live electronica, getiteld Bloed 1. De Bondt gaat hierin op zoek naar zijn Joodse verleden en reist daartoe naar de voormalige Joodse concentratiekampen om inzichten op te doen. NPS Radio onderhoudt goede contacten met het Warschauer Herbst Festival. Een half jaar later zal de Bondts nieuwe compositie ook op dit festival klinken.

Vooraf aan die wereldpremière van Cornelis de Bondt klinkt Kingdom Come van de Amerikaan Ingram Marshall, een klinkend commentaar op de oorlog in het voormalige Joegoslavië en geschreven naar aanleiding van de dood van zijn zwager die daar als journalist vermoord werd. Muzikale gezangen uit Bosnië, Kroatië en Servië op tape mengen zich met indringende orkestmuziek.

De orkestprogramma's bestaan niet altijd uit composities louter voor orkest en tape. Soms is het, om lucht in de zaak te krijgen, beter om een combinatie met een werk zónder tape te maken. Op diezelfde avond, zonder tape, een uitvoering van The Wound-Dresser voor bariton en orkest op tekst van Walt Witman van John Adams. Hierin wordt verhaald over de Amerikaanse Civil War.

Het concert wordt geopend met Phases voor orkest en tape, indrukwekkende muziek van de twee jaar geleden overleden Nederlandse componist Ton Bruynèl.

Tijdens de jarenlange research voor de serie Muziek in Her(t)z doken er regelmatig stukken op voor de combinatie koor en tape. Ook een combinatie als deze is een akoestische beleving in die Grote Zaal van Muziekcentrum Vredenburg. Daarom, aan het slot van de serie een concert zonder orkest door het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Lucas Vis.

De naam Muziek in Her(t)z is meerduidig. Electronische muziek heeft de naam gevoelloos te zijn. De genoemde muziekstukken weerleggen dat - het hart doet mee. 'Hertz' verwijst ook naar de eenheid van frequentie. En niet op de laatste plaats knipoogt de titel naar de naam van de architect van Muziekcentrum Vredenburg, Herman Hertzberger.

Muziek in Her(t)z seizoen 2000/2001

1. Radio Kamerorkest, Cappella Amsterdam o.l.v Peter Eötvös vrijdag 12 januari 2001

mmv; Johan Leysen, spreekstem; Arno Raunig, countertenor;

Christiane Schönfeld, doofstomme

Heiner Goebbels La Jalousie (1991) (Geraüsche aus einem Roman

von Alain Robbe-Grillet) für Sprecher und Ensemble

Helmuth Oehring/ Polaroids (1996), Melodram für 1Taubstumme,

Iris ter Schiphorst 1 Sopranist, 12 Instrumente und Live-Elektronik

pauze

Avet Terteryan Symfonie no. 6 (1981) voor kamerorkest, kamerkoor en

Negen fonogrammen

- Nederlandse première

2. Radio Symfonie Orkest o.l.v Arturo Tamayo zaterdag 20 januari 2001

mmv Frank van Koten, hobo; Claudia Eder, mezzosopraan; Harrie Starreveld, fluit

Roberto Gerhard Pedrelliana (1954)

- Nederlandse première

Roberto Gerhard Symphony #3 (Collages) (1960) voor orkest & tape

- Nederlandse première

pauze

Bruno Maderna Ausstrahlung (1971), reconstructie A. Tamayo voor mezzosopraan, fluit, hobo, tape & orkest

- Nederlandse première

3. Radio Symfonie Orkest, Groot Omroepkoor o.l.v Antoni Wit zaterdag 14 april 2001

mmv Haags Matrozenkoor en Marcel Boone, bariton

Ton Bruynèl Phases (1974) orkest & tape

John Adams The Wound-dresser (1989)

Marcel Boone, bariton

pauze

Ingram Marshall Kingdom Come (1997) orkest & tape

- Nederlandse première

Cornelis de Bondt Bloed I (2001)

- wereldpremière

voor gemengd koor, jongenskoor, symfonie

orkest en live electronics

4. Nederlands Kamerkoor o.l.v. Lucas Vis vrijdag 25 mei 2001

Ton Bruynèl From the Tripod (1981)

vrouwenkoor & tape

Roderik de Man On Sensations of Tone (1997)

gemengd koor & tape

- wereldpremière herziene versie

pauze

Jan Vriend Du-Dich-Dir (1998)

gemengd koor

Rolf Enström Rama (1998)

gemengd koor & tape

- Nederlandse première

?