NPS-thema: Baltische Staten I:
Estland



Uitzending 6 - 10 november 2000


Estland. Deze kleinste en noordelijkste van de drie Baltische Staten heeft een muziekleven waar je U tegen zegt. De concertseries en festivals in de hoofdstad Tallinn zijn talrijker als ooit tevoren. Het ensemble Hortus Musicus, gespecialiseerd in oude muziek, het Ests Filharmonisch Koor en dirigenten als Eri Klas, Neeme Järvi en Tonu Kaljuste verwierven internationale faam. En natuurlijk kent bijna iedereen de componist Arvo Pärt! Veel van de nieuw geschreven werken kunnen niet los gezien worden van de tradititionele rijke, bloeiende koorcultuur. Tijdens de verschillende onderdrukkingen die het land kende fungeerde het samenzingen vaak als een vorm van protest die uiteindelijk in 1988 resulteerde in onafhankelijkheid van Rusland. En wat een droevige muziek componeren ze er toch......




Maandag 6 november ca. 15.25

Een koorfestival als het Estse Nationale Koorfestival was in het verleden nauw verbonden met het culturele verzet tegen de onderdrukkende mogendheid, in het laatste geval Rusland. Festivals werden zorgvuldig geregisseerd en geprogrammeerd opdat er zich geen spontane demonstraties zouden voordoen. Het enige waarom ze aan die propaganda meededen was om als massa gelegenheid te hebben om met elkaar te musiceren, iets dat de Esten al 125 jaar met elkaar verbonden had.
Het laatste festival dat in het teken van protest stond was in de zomer van 1988 toen op het festivalterrein in Tallinn zich meer dan 300.000 mensen verzamelden voor wéér een betoging van het Volksfront. Deze massademonstratie zou de geschiedenis ingaan als de ‘zingende revolutie’. Al zingend eiste men de vrijheid. Drie maanden later was het zover: de onafhankelijkheidsverklaring van Estland werd door de Opperste Sovjet aanvaard.

Estland, de noordelijkste van de drie Baltische Staten, heeft een zeer rijk muziekleven. De concertseries en festivals in de hoofdstad Tallinn zijn taltijker als ooit tevoren. Internationale faam verwierven het ensemble Hortus Musicus, gespecialiseerd in oude muziek, het Ests Filharmonisch Koor en dirigenten als Eri Klas, Neeme Järvi en Tonu Kaljuste. En natuurlijk kent bijna iedereen de componist Arvo Pärt! Zijn muziek klinkt alsof het gezongen wordt..........

De Russische onderdrukking dreef Arvo Pärt naar het buitenland. In 1980 ging hij in ballingschap, eerst naar Wenen en later naar Berlijn. En daar woont hij sinds 1982 nog steeds.
In datzelfde jaar 1982 stierf Eduard Tubin, de belangrijkste Estse componist van vóór de generatie Arvo Pärt. En net als Pärt ontvluchtte hij Estland. In 1944, toen de Russische annexatie een feit was, vertrok hij met zijn familie naar Zweden waar hij tot zijn dood toe woonde.

Indien Pieter Breughel de hoofdstad Tallinn van Estland ooit gezien zou hebben, dan was deze sprookjesplaats zeker op één van zijn schilderijen terechtgekomen. Als je door deze oude hanzestad loopt waan je je terug in de Middeleeuwen, een zelfde soort gevoel dat je krijgt wanneer je bijvoorbeeld door Brugge of Gent loopt.

Een andere stad die in de Estse geschiedenis een zelfs grotere rol dan Tallinn heeft gespeeld, is het bijna 200 km zuidelijker gelegen en veel kleinere Tartu. De weg vanuit Tallinn loopt door een dunbevolkt vlak gebied met eeuwig zingende bossen en meertjes. Na twee uur rijden bereik je dan Tartu. Daar gebeurde lange tijd alles op kunstgebied. Zo’n beetje iedereen volgde vóór de Russische bezetting zijn opleiding dáár aan Universiteit of Hogeschool.










De Hanzestad Tallinn

Ook Eduard Tubin werd daar gevormd. En net als vele Esten hield ook Tubin van zingen, lekker zingen. Hij componeerde in de loop der tijden veel muziek voor het mannenkoor van Tartu dat hij na zijn studententijd was gaan leiden. Alhoewel hij het nooit gestudeerd had, ging dirigeren Eduard Tubin goed af. Die opgedane ervaring kon hij goed gebruiken want korte tijd later begon hij orkestmuziek te schrijven, veel orkestmuziek. En die muziek dirigeerde hij regelmatig, en nog goed óók. Uiteindelijk ging hij de Estse geschiedenis in als een componist van vooral symfonisch repertoire.

In de herfst van 1944 stak hij samen met 25.000 anderen de Baltische Zee over naar Stockholm. Onder die vluchtelingen zaten veel kunstenaars die vanuit hun vluchtelingenkamp openbare presentaties voor landgenoten en Zweden organiseerden. Daar schreef Eduard Tubin - kort na aankomst - zijn Concertino voor Piano en Orkest, in 1945 door het Zweeds Radio Orkest in de vorm van een radio-opname en uitzending in première gebracht.

Tartu, het oude universiteitsstadje dat Tubin in 1944 ontvluchtte, was tussen de twee wereldoorlogen de plaats waar veel kennis samenkwam. Men was er zeer goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in West Europa. Tubin studeerde aan het conservatorium van Tartu bij Heino Eller, de peetvader van veel Estse muziek. Een halve eeuw lang gaf hij les aan vele, vele componisten. Toen hij in 1970 op 83-jarige leeftijd stierf kwam er pas een einde aan zijn activiteiten.

Natuurlijk heeft ieder land zijn eerste componist die in het buitenland afstudeerde. In Estland was dat Rudolf Tobias die in 1897 in St. Petersburg bij niemand minder dan Nicolai Rimsky-Korsakov afstudeerde. Een paar jaar daarna reisde hij terug naar Estland waar hij in Tartu zijn boterham ging verdienen met lesgeven en concerteren.

Rudolf Tobias is ook de eerste Estse componist die verder dan de grenzen van het land kwam. In 1908 vertrok hij naar Parijs en kwam terecht in Leipzig. Hij hoopte in deze stad zijn groot bezette oratorium De Opdracht van Jonas te kunnen realiseren - hij wist namelijk dat dit in Estland geen enkele kans op uitvoering maakte.

De Opdracht van Jonas voor groot orkest, koor, jongenskoor, vijf zangsolisten en orgel houdt het midden tussen een opera en een mis. Het bestaat uit maar liefst 38 onderdelen die in vijf Scenes en een Proloog zijn gerangschikt.
In Leipzig was het tobben met dit stuk: de première in 1909 was een ramp. Het begon er mee dat Rudolf Tobias geen geschikte en betaalbare dirigent kon vinden om de uitvoering te leiden. Daarop had hij het moedige besluit genomen om het dan maar zelf te gaan leiden. En dat had hij beter niet kunnen doen want er was echt een vakman nodig om zo’n groot orkest met koren en solisten allemaal goed te kunnen laten samenspelen.
Maar er was nog veel meer. De financiering van vrienden bleek niet genoeg - er was steeds minder geld om de musici in te huren. Er was zelfs geen geld genoeg om de partijen uit te schrijven waardoor hij veel van zijn tijd moest verdoen aan het zelf uitschrijven van het uitvoeringsmateriaal. Het toch al kleine kamerorkest werd uiteindelijk nog eens teruggebracht van twee-en-veertig naar vijfentwintig musici in de vorm van een militair orkest. Ondanks dat bleef het koor op honderd man sterkte.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Rudolf Tobias tijdens die eerste uitvoering op was van de zenuwen.
De opbrangst van de kaartjes ging na afloop nota bene niet eens naar componist en uitvoerenden maar naar armen en gehandicapten.

Een fiasco dus....

Vier jaar later kreeg hij het voor elkaar om een paar delen te laten uitvoeren in Tallinn en Berlijn waar de condities uiteindelijk beter waren dan bij de première.
Rudolf Tobias heeft ontzettend moeten knokken om zijn oratorium uitgevoerd te krijgen. Na de première heeft hij nooit meer een complete uitvoering kunnen horen want een paar jaar na die eerste uitvoering stierf hij aan longontsteking.

In Scène IV uit De Opdracht van Jonas zingt het koor over het aangenaam nuttigen van eten en drinken, ‘waar zouden we ons druk om maken, morgen kunnen we dood zijn’. Jonas waarschuwt voor de toorn Gods. Het kinderkoor vervult het onbevlekte element.

Playlist:

Aleksander Kunileid - Mu isamaa on minu arm (My homeland is all my joy)
Choirs of the 22nd Estonian Song Festival
Erdenklang 40762

Muhkel Lüdig - Koit (Dawn)
Choirs of the 22nd Estonian Song Festival
Erdenklang 40762

Riho Päts - Ühte Laulu Tahaks Lauda (Ik zou een lied willen zingen)
Boys’ and Men’s Choirs of the 22nd Estonian Song Festival
Erdenklang 40762

Arvo Pärt - Psalom
Lithous Kamerkoor
ECM New series 1592 449 810-2

Traditioneel ests volkslied - Karjase laul (Shepherd’s Song)
Ests Nationaal Mannenkoor
Forte FD0056/2

Eduard Tubin - Concertino voor piano en orkest
Symfonie Orkest van Gothenborg
BIS -CD 401

Heino Eller - Pines
Ulrika Kritian, viool; Marje Lohuaru, piano
Eesti Raadio ERCD025

Rudolf Tobias - Scene IV uit: "De Opdracht van Jonas"
Ests Staatsorkest; Ests Filharmonisch kamerkoor; Tallinn Jongeneskoor en het Ests Oratorisch Koor
BIS-CD-732




Dinsdag 7 november ca.15.50

Estland, de kleinste en noordelijkste van de drie Baltische Staten heeft een muziekleven waar je U tegen zegt. De concertseries en festivals in de hoofdstad Tallinn zijn taltijker als ooit tevoren. Internationale faam verwierven het ensemble Hortus Musicus, gespecialiseerd in oude muziek, het Ests Filharmonisch Koor en dirigenten als Eri Klas, Neeme Järvi en Tonu Kaljuste.
En natuurlijk kent bijna iedereen de componist Arvo Pärt die al langere tijd internationaal is doorgebroken. Maar er is ook een jóngere componist die de landsgrenzen aan het doorbreken is: Erkki-Sven Tüür.

De aandacht voor componisten uit Estland, Letland en Litouwen kwam in een stroomversnelling na de politieke omwentelingen van 1989. Hier waren blijkbaar componisten aan het schrijven die andere muziek maakten dan in de rest van de wereld.
En in zekere zin is dat waar. Vooral in de werken van Arvo Pärt en Erkki-Sven Tüür klinken karakteristieken die je in geen ander land hoort. Er is een voorkeur voor langzame en droevige klanken. Voeg daarbij een bepaald gebruik van harmonie en instrumentatie en je krijgt die karakteristieke trekjes waaraan je deze componisten kunt herkennen.












Erkki-Sven Tüür

Maar je kunt nog zulke mooie muziek maken: als je geen draagvlak vindt onder musici en ensembles dan wordt het nog niks met die carrière. Draagvlak is er in ieder geval genoeg voor Erkki-Sven Tüürs muziek want er zijn vele ensembles en orkesten in het buitenland die zijn muziek programmeren.
Het bekende label ECM New Series bracht inmiddels veel van zijn muziek uit. Hierdoor is zijn carrière in een stroomversnelling terechtgekomen en vloeien de internationale compositie-opdrachten binnen.
Kortom, een carrière om je vingers bij af te likken.

Playlist:

Raimond Vangre - Helmi
Jack Johanson
Eigen Opname

Erkki-Sven Tüür - Illusion
kamerorkest van Tallinn
ECM New series ECM 1590 449459-2

Erkki-Sven Tüür - Requiem
Kaia Urb, sopraan; Tiit Kogermann, tenor; het Ests Philharmonisch Kamerkoor en het Kamerorkest van Tallinn
ECM New series ECM 1590 449459-2




Woensdag 8 november ca. 15.53

In Estland is het goed sterren kijken. Wanneer je je op het platteland bevindt waar de lichtgloed en de vervuiling van de grote stad Tallinn niet van invloed zijn, zie je bij heldere hemel heel veel sterren met talrijke sterrenregens. Er kunnen er per uur wel vijftig uit de hemel komen vallen. Toen Urmas Sisask vijftien jaar was en op een augustusavond in de achtertuin van het zomerhuis van zijn ouders gefascineerd naar de sterren zat te kijken, werd er een vleugel in de achtertuin gereden. Op zijn verzoek zetten de verhuizers het ding op z’n poten en Urmas Sisask begon - onder die hemel vol fonkelende, blinkende sterren -er op te improviseren. En op dat moment wist hij dat hij de rest van zijn leven wilde wijden aan astronomie en het in muziek uitbeelden van sterrenbeelden.

De 42-jarige Estse landgenoot Toivo Tulev gebruikt tonaliteit in zijn muziek op een heel andere manier. Niks geen sterren maar kleur, kleur en nog eens kleur. Geen zweven tussen hemel en aarde maar direct toe naar het innerlijke gevoel.
Toen Toivo Tulev in het eindexamenjaar van het conservatorium zat werkte hij aan een symfonie die zo’n dertig minuten moest gaan duren. Als afstudeerstuk zou het gespeeld gaan worden door het Estse Staats Symfonie Orkest.

Toen hoorde Tulev dat het orkest helemáál geen tijd zou hebben om aan zo’n lang stuk te werken en zag zich daarop genoodzaakt flink te schrappen. Dat werd wel even een heel andere lengte: tien minuten. En in plaats van symfonie noemde hij het Signum. Maar het werd wél door dat symfonie orkest onder leiding van de Estse dirigent Arvo Volmer ten gehore gebracht.

Playlist:

Rein Rannap - Cruise Control
Rein Rannap
Eigen Opname

Urmas Sisask - Linnutee (Ster)
Toivo Peäske en Nata-Ly Sakkos
Eigen Opname

Toivu Tulev - Signum
Ests Staatsorkest onder leiding van Arvo Volmer
Eigen Opname

Urmas Sisask - Sirius
Urmas Sisask en Laura Väinmaa
ERES CD 09

Urmas Sisask - Procyon
Rein Rannap
ERES CD 09

Urmas Sisask - Castor
Vardo Rumessen
ERES CD 09




Donderdag 9 november ca. 15.22

Alhoewel dat in deze tijd beduidend veel minder is dan vroeger speelt de volksmuziek in Estland nog altijd een grote rol. Al sinds 1869 zijn er regelmatig grote festivals waaraan duizenden zangers deelnemen. Op die festivals worden met elkaar Estlandse volksliederen gezongen.

Dat was ten tijde van de onderdrukking anders. Tijdens het twaalfde festival, waaraan in 1947 in de hoofdstad Tallinn ruim 25.000 zangers deelnamen, kwam alleen tot stand onder druk van de Sovjets; lofliederen op Stalin verdrongen dan ook de oude Estlandse volksliederen. In 1955 moest de tanende zanglust van de Esten gecompenseerd worden door Russische soldaten- en mijnwerkerskoren. Pas na 1988 kon er weer vrijelijk voluit in het Ests gezongen worden.

De nu 70-jarige Veljo Tormis laat zich in zijn muziek inspireren door de Estse volksmuziek en transformeert de oude volksliedjes tot moderne liedkunst. Hij gaat zelfs een stapje verder en terug in de tijd naar muzikale overleveringen van oude Fins-Oegrische volksstammen zoals die van de Ishoren, Kareliërs en de Woten.

In Letland zocht Veljo Tormis naar de taal en de liederen van het oude Livonische volk. Hij ontdekte dat hun taal in het midden van de vorige eeuw was opgegaan in het Lets en dus niet meer bestond. Maar hij had geluk want in verschillende musea vond hij nog oorspronkelijke teksten en melodieën.

Veljo Tormis ontdekte bij zijn onderzoek dat oude runeliederen, die een ostinato karakter hebben, een heel primitief, oproepend effect sorteren. Peeter Vähi en Kirile Loo werden hierover waarschijnlijk aangestoken door de publicaties van Veljo Tormis want zij componeerden - alleen op een veel eigentijdser manier dan Veljo Tormis - een cyclus van liederen die zijn inspiratie vindt in de Estse runeliederen, de Regilaul.

In deze 16-delige liederencyclus worden allerlei folkloristische instrumenten gebruikt die aan het verleden doen denken. De volksliedzangeres Kirile Loo wordt bijvoorbeeld begeleid door de kantele, een oud Ests snaarinstrument dat gebruikt werd in nog tien andere culturen rond de Baltische Zee. Volgens sommige liederen zou de klank van de kantele duivelse geesten, plagen en pest verjagen. En er worden nog meer instrumenten gebruikt die naar oudere tijden verwijzen zoals de doedelzak, mondharp, allerlei rieten fluitjes en een houten gong welk vroeger een signaalinstrument was waar met houten hamers op geslagen werd.

Playlist:

Onbekend - Sinimaaniseele
Estse Leiko Koor onder leiding van Toomas Lunge
Eigen Opname

Veljo Tormis - Lindude Aratamine (Het Wekken van de Vogels)
het Koor van de Estse Radio onder leiding van Ants Üleoja
Forte FD 0030/2

Peeter Vähi & Kirile Loo - Kirile Loo, Saatus Fate
Kirile Loo; Tuule Kann, Margus Rahuoja, Peeter Vähi & Peter Finger
Erdenklang 40772




Vrijdag 10 november ca. 15:36

Economisch gaat het goed met Estland. Hierdoor heeft het geld om in kunst te investeren. Het wil zich op cultureel gebied dan ook graag bewijzen. In de hoofdstad Tallinn zijn vele festivals en concertseries waarin óók de nieuwe muziek een belangrijke rol speelt.
Er is een levendige, internationale culturele uitwisseling. Nog niet zo heel lang geleden traden er het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Radio Kamerorkest en het met opheffing bedreigde Radio Symfonie Orkest op.

Het is opvallend dat veel van de nieuwe Estse muziek vooral met het hart geschreven wordt. Het serialisme heeft nooit grond onder de voeten gekregen - het paste gewoonweg niet bij het karakter van de Balten. Bij een groot aantal componisten is tonaliteit de grondslag voor hun composities, die vaak een nogal droevig karakter hebben. En dat komt weer door de mogelijke invloed van het karakter van de volksmuziek.

In de muziekwereld beïnvloeden velen elkaar. Arvo Pärt werd beïnvloed door de Estse volksmuziek. En op zijn beurt is de jongere componist Jüri Reinvere weer beïnvloed door Arvo Pärt.
Jüri Reinvere schreef, toen hij in 1994 nog in Warschau studeerde, een muziekstuk waarin de eenvoud voorop staat: Dubbelkwartet met Piano Solo. Hij zegt zelf dat hij niet alleen door Arvo Pärt werd beïnvloed maar ook door de tijd van Schubert en het Gregoriaans.

Lithany, één van de mooiste werken die Arvo Pärt de laatste jaren schreef. Ondanks het feit dat hij al lange tijd in Berlijn woont blijft Arvo Pärt Est in hart en nieren met een grote invloed op de jongere componistengeneratie uit zijn land. En waarom ook niet: als het maar mooie muziek oplevert!

Playlist:

Tarmo Urb - Zelfportret
Tarmo Urb
Eigen Opname

Jüri Reinvere - Dubbelkwartet met Piano Solo
NYYD Ensemble uit Tallinn
Eigen Opname

Arvo Pärt - Litany
het Hilliard Ensemble, het Kamerorkest van Tallinn, het Ests Philharmonisch Koor onder leiding van Tonu Kaljuste
ECM New Series 449 810-2




Links:

Estland Pagina.nl
Zoveel mogelijk nuttige informatie over Estland

Homepage Arvo Pärt

Homepage Rudolph Tobias

Edison Peeters Website
Informatie over Erkki-Sven Tüür

Estonian Philharmonic Chamber Choir Website

Website Eesti Raadio
Informatie over Jüri Reinvere

Homepage van het NYYD Ensemble

zie ook:
NPS Thema: Oud geluid, nieuwe klanken

Samenstelling: Robert Nasveld