President Jules Wijdenbosch heeft opnieuw 'topoverleg' met Nederland
voorgesteld om 'zwaarwichtige onderwerpen' in de bilaterale relatie te bespreken.
Hij heeft het voorstel dinsdagavond geuit tijdens de Algemene Beschouwing op de
begroting in de assamblee.
De president zei dat met de topontmoeting, waar hij zelf aan zal deelnemen, de kwaliteit van het
halfjaarlijks beleidsoverleg vergroot moet worden. Suriname wil de ontwikkelingssamenwerking
ordenen. Daarom is er een eind gebracht aan het overleg van Nederlandse ambtenaren met diverse
ministeries in Suriname. De aanspreekpunten zijn nu de president en de ministers van
Buitenlandse Zaken en Planning en Ontwikkelingssamenwerking. Wijdenbosch vindt dat Nederland
de prioriteiten niet voor Suriname mag vaststellen. Er is maar één uitzondering. Dat is de Regeling
Laagfrequente Aandoeningen, kortweg RLA-regeling voor ernstig zieke mensen die niet in
Suriname behandeld kunnen worden. De president herhaalde dat er nog teveel onduidelijkheden zijn
in de wederzijdse relatie. Maar hij heeft goede hoop dat het nog goed komt.
Naar aanleiding van kritiek van de oppositie dat het topoverleg niet nodig is, zei het staatshoofd dat
politieke consultaties in het interstatelijk verkeer niet vreemd zijn. Afhankelijk van de
belangrijkheid van deze consultaties, wordt beslist op welk niveau ze plaats hebben. Wijdenbosch
zei dat van het beleidsoverleg eind vorig jaar werd afgezien, omdat er agendapunten waren die niet
behoren tot de competentie van de minister van Planning en Ontwikkelingssamenwerking. Pas
wanneer die punten zijn opgehelderd, kan het overleg hervat worden. Een van de zaken die
opgehelderd moeten worden is hoeveel geld Suriname nog tegoed heeft bij Nederland. Volgens
Nederlandse deskundigen is dat 600 miljoen gulden, maar zeker is dat niet.
Een ander punt is de voortgang van de ontwikkelingssamenwerking nadat de middelen die nu nog
beschikbaar zijn, zullen zijn opgeraakt. Maar op de agenda staat er meer en vooral dat ligt
nestor-parlementariër Jagernath Lachmon zwaar op de maag. Wijdenbosch heeft op zijn
verlanglijstje ook thema's als souvereiniteit, de democratische rechtsstaat, de rechterlijke macht
en de legitimiteit van de Surinaamse regering. Maar wat Wijdenbosch betreft gaat het topoverleg
gewoon door. Hij deed aan het eind van de algemene beschouwingen een beroep op de leden zich
constructief en coöperatief op te stellen en om in een constructieve sfeer te vergaderen. Tot dan
was dat redelijk gebeurd, zonder echte wanklanken. Maar gisteren ging het goed fout toen Nieuw
Front parlementariër het aan de stok kreeg met assemblée voorzitter Marijke Djwalapersad. Zijn
fractiegenoot Ram Sardjoe en assemblée-ondervoorzitter, de NDP-er Oedai Jarbandhan
probeerden hem te kalmeren. Nurmohamed moest niet alleen de zaal verlaten, maar ook het
parlementsgebouw.
Veertien verdachten van de couppoging in oktober vorig jaar werden donderdag in
Paramaribo veroordeeld tot straffen variërend van 1 tot 3 jaar. De Krijgsraad
zal volgende week vonnis wijzen tegen de vijftiende en laatste verdachte, omdat
zijn stukken rondom het proces niet op tijd klaar waren.
Alle veroordeelden mogen voor een periode van vijf jaar niet bij een gewapende macht dienen.
Bijna alle straffen tegen de negen militairen en vijf burgers waren korter dan in mei waren
geëist. Vier van de vijf advocaten waren zo teleurgesteld na het vonnis van de eerste verdachte, dat
ze de rechtszaal verlieten. Ze waren er namelijk van overtuigd dat hun cliënten zouden worden
vrijgelaten. De verdachten werden vier strafbare feiten ten laste gelegd. Twee daarvan hadden
betrekking op het willen plegen van een aanslag op: president Jules Wijdenbosch , vice-president
Pretaap Radhakishun, adviseur van staat Dési Bouterse en overste Melvin Linscheer ,
topfunctionaris bij de Centrale Inlichtingendienst. De andere strafbare eisen waren samenspanning
en poging tot omverwerping van de regering.
De overkoepelende Raad van Vakcentrales in Suriname heeft een algemene staking,
die woensdag zou moeten beginnen, afgeblazen. Dit gebeurde nadat directie en
vakbonden in de bacovenbedrijven van Surland dinsdagmiddag een eind maakten aan
een CAO-conflict.
De directie van Surland en de vakbonden hebben afgesproken voorlopig geen bijzonderheden over de
oplossing bekend te maken. De Raad van Vakcentrales had naar aanleiding van het slepende conflict
een ultimatum aan de regering gesteld om de kwestie in het semi-staatsbedrijf Surland op te
lossen. De bonden verweten de directie een systeem van contractarbeid te willen doorvoeren. Ze
eisten dat van dit voornemen werd afgezien en dat de ruim 2000 werknemers een financiële
uitkering zouden krijgen, vooruitlopend op het onderhandelingsresultaat voor een nieuwe CAO.
De pompstations zijn maandag en dinsdag gesloten geweest als gevolg van een
geschil tussen het bestuur van de exploitantenbond SSEB en het ministerie van
Handel en Industrie.
De servicestation-exploitanten willen een verruiming van de winstmarge. Dinsdag is afgesproken
dat er een accountantsrapport moet worden gemaakt, op basis waarvan onderhandelingen zullen
worden gevoerd. De pompstations hanteren in afwachting van de overeenkomst vanaf woensdag
aangepaste openingstijden. 's Zondags kan er voorlopig niet meer getankt worden. Doordeweeks zijn
ze open van zeven uur 's ochtends tot vijf uur 's middag.
De arrestatie van de nearbanker Roepsing Ramtahalsing is door de
rechter-commissaris met 30 dagen verlengd om jusitie meer ruimte te bieden
onderzoek te doen naar zijn benadeling van 1.000 beleggers.
Roep werd enkele weken geleden aangehouden op beschuldiging van oplichting en het plegen van een
economisch dilict. Hij heeft geen gebruik gemaakt van zijn recht om invrijheidsstelling te vragen.
Roep moet hebben gezegd dat hij zich veiliger binnen dan buiten de cel. Tegen hem zijn vele
bedreigingen geuit.
De vakcentrale C'47 is niet ingegaan op een uitnodiging voor een gesprek met de
commissie Waaldijk, die een onderzoek voorbereidt naar schending van
mensenrechten.
C'47 heeft geen vertrouwen in de commissie, omdat er sprake zou zijn van
belangenverstrengeling. De vakcentrale beschouwt professor Ludwig Waaldijk als verdediger van
één van de personen wiens handelen in de jaren tachtig het meest voor onderzoek in aanmerking
komt. Hiermee wordt gedoeld op Dési Bouterse, toenmalig regeringsleider en legerchef. C'47 vindt
ook dat het onderzoek zich moet richten op schendingen van mensenrechten in de jaren tachtig,
omdat hieraan behoefte is. Volgens de vakcentrale is onderzoek naar schendingen in de jaren dertig
en veertig weliswaar van onschatbare historische waarde, maar is het nu zinloos omdat de huidige
generatie wil weten wat er in de jaren tachtig is gebeurd.