9 mei 2004: 21.30-24.00 uur, Radio 4.


Reisverslag: Sardinië

Een muzikale reisbeleving door de Sardijnse schoonheid,
gemaakt door Gustavo Pazos.

 
In augustus 2003 reisde programmamaker Gustavo Pazos naar het Italiaanse eiland, Sardinië, gelegen aan de Middellandse Zee. Doel van de reis: het bezoeken van een religieus feest in de stad Nuoro, in het hart van Sardinië.
Dit feest genaamd “Sagra del Redentore” duurt een volle week en de stad (op 1500 m hoogte) bruist dan van de activiteit. Naast veel muziek en dans uit de omringende dorpen wordt de stad gekleurd door de opvallende kleding. De feestelijkheden worden op de laatste dag van de week met een processie en een mis afgesloten. Maar het eiland heeft meer te bieden voor de oplettende radiomaker: de kleine dorpen bleken ware muzikale schatten verborgen te houden die vanavond te horen zullen zijn.

 
Dans, muziek en vooral zang vormen op Sardinië een eenheid; een spel waar iedereen aan ‘als vanzelf’ aan deelneemt. Bijzondere polyphonieën kenmerken de muziek van het eiland en de zang heeft soms met een religieus karakter, soms heroïsch: liederen waarin helden en sagen bezongen worden.

Zingen versterkt de onderlinge sociale relaties en wordt ervaren als de leerschool van de eigen tradities. De jongere mannen zingen naast de ouderen en op deze wijze leren ze de kunsten en geheimen van de Sardijnse gezang. Er zijn geen partituren, alles gaat via de overlevering en de onderlinge uitwisseling van ervaringen.
In het binnenland zingen de “Tenori” hun vierstemmige liederen voor de dorpelingen bij diverse feesten, soms om op te dansen op het plein (ballo di piazza), soms om de trieste verhalen van armoede, vervolging, emigratie en liefde te doen herinneren. In de dorpen zèlf zijn de “Concordu”, de religieuze vertolkers van deze muzikale traditie. Het aparte en typische stemgeluid wordt door de zangers toegeschreven aan de berglucht, het droge klimaat en het werken op het land onder de felle zon.

 
Ook is Sardinië het thuisland van een apart en uniek instrument: de Launeddas. Dit instrument is misschien wel het alleroudste van alle ‘levende’ instrumenten; al sinds de Oudheid leidt de Launeddas een zeer levendig bestaan en zijn er talloze afbeeldingen van bekend. Het blaasinstrument bestaat uit drie bamboe pijpen die gelijktijdig worden bespeeld. De speler houdt nooit op met in,- en uitademen (circulaire ademhaling). De klank lijkt op die van de doedelzak maar dan ‘zonder de zak’.

Een Sardijnse legende verklaart de oorsprong van dit instrument. Ooit werd door een stel bandieten het hoofd van een clan met zijn familie gevangen genomen. Hij kreeg echter de kans om zijn familie van een gewisse dood te redden als hij in staat was gelijktijdig drie verschillende melodieën te fluiten. Voor de bandieten was dit een leuk spel, want een onmogelijke opgave ! Daarom maakte het hun ook niets uit hoe dit gedaan moest worden. Tot verbazing van de belagers verscheen het clan-hoofd met dit vreemde blaasinstrument: de Launeddas. Hij begon te spelen en de drie gelijktijdig melodieën klonken perfect. Zo redde hij het leven van zijn naasten.

Dit programma wordt gemaakt door Gustavo Pazos.



Alles over de Launeddas