In de documentaire 'Zestig jaar uitgeverij De Bezige Bij' een portret van uitgever Geert Lubberhuizen en zijn geesteskind. Lubberhuizen was een verzetsman die in 1944 de illegale uitgeverij De Bezige Bij oprichtte. Met de opbrengst van rijmprenten en anti-Nazipamfletten konden kunstenaars en Joodse kinderen worden gesteund. Na de oorlog groeide de Bij uit tot het belangrijkste literaire fonds van Nederland. "De avonden" van Reve, "Nooit meer slapen" van W.F. Hermans, "Het verdriet van Belgi?van Claus, het volledige oeuvre van Harry Mulisch en Remco Campert - het is slechts een kleine greep uit de rijke geschiedenis van De Bezige Bij.
De inmiddels 92-jarige Marten Toonder vertelt hoe hij Lubberhuizen in 1944 leerde kennen. Veel van de illegale rijmprenten die Lubberhuizen verspreidde, werden in Toonder's hulpstudio in Amsterdam gedrukt. Harry Mulisch en Remco Campert verhalen over de beginjaren van de uitgeverij, toen Willy Corsari er de meeste boeken verkocht. Ook Jan Cremer, Jan Wolkers en Jules Deelder komen in de film aan het woord.
Archiefmateriaal completeert het beeld van de man, die volgens al zijn vrienden ongrijpbaar was. Harry Mulisch maakte hem ruim dertig jaar mee, "maar je kreeg geen grip op hem". Hoewel Lubberhuizen volgens de overlevering zelf niet veel las, verscheen bij hem de ene na de andere klassieker. Toch zat de uitgever er ook wel eens naast: "Het achterhuis" van Anne Frank heeft hij afgewezen, zo wordt in de documentaire onthuld.
Het duo Jacobse en van Es (van Kooten en de Bie) zwaaide Lubberhuizen uit bij zijn pensioen in 1984. Beelden hiervan zijn teruggevonden in het omroeparchief.
Ofschoon Geert Lubberhuizen al twintig jaar geleden stierf, is zijn aanwezigheid nog alom voelbaar in de huidige Bezige Bij. De uitgeverij is niet langer een co?atie waarbij de schrijvers het zelf voor het zeggen hebben, maar een onderdeel van de Weekbladpers. Jonge schrijvers als Mustafa Stitou en Ramsey Nassr vertellen in de documentaire wat heden en verleden van de Bezige Bij voor hen betekent.


